Sociaal Pedagogisch Instituut Lugthart Gespecialiseerd in gedrags-, opvoedings- en leerproblemen |
|
|
IS MIJN KIND EEN BEELDDENKER?Onderzoek heeft uitgewezen dat er in iedere klas wel één à twee beelddenkers zitten. Vaak zijn het leerlingen die in de onderbouw (groep 1 en 2) goed lijken mee te draaien, maar in groep 3 problemen kunnen ondervinden bij het lezen, schrijven en/of rekenen. De leerkracht kan er niet goed de vinger opleggen; het is een slimme, ondernemende leerling, vol enthousiasme en creativiteit... waar zit het probleem? Door de nog grote onbekendheid met het begrip beelddenken, worden veel beelddenkers niet als zodanig herkend en ontstaan er met de jaren op de basisschool steeds grotere leer- en/of gedragsproblemen. WAT IS BEELDDENKEN?Beelddenkers
denken in beelden en gebeurtenissen en niet in woorden en begrippen. We kunnen
het ruimtelijk denken noemen. Doe je ogen dicht en denk aan het woord: boom Wat zie je? De meeste mensen zien dan de letters B-0-0-M voor zich. Een beelddenker ziet echter een prachtige boom, met bruine stam, groene bladeren, wuivend in de wind.
Beelddenken
is een
fundamenteel andere manier van denken! Beelddenkers zijn visueel, maar daarnaast
ook ruimtelijk ingesteld. Ze werken het liefst met hun ogen en hun opgedane
ervaringen. Omdat beelddenkers in beelden denken en niet in taal, hebben ze moeite met de 'vertaling' naar de juiste woorden. Vaak hoor je ze dan ook praten in termen als: dinges, danges, je weet wel!
Een
beelddenker ziet bij het woord stoel
de stoel in gedachten voor zich. Of de stoel nu achterstevoren of op zijn kop
staat: het blijft een stoel. Beelddenkers
zijn snel afgeleid, want net als ze ergens mee bezig zijn, zien ze al weer iets
nieuws om te doen. Dat laatste is wel eens lastig voor ouders. De opdracht: 'doe
je jas uit, ruim je tas op en kom naar de keuken om wat te drinken'
is
onmogelijk voor een beelddenker. Terwijl hij naar de opdrachten luistert, ziet
hij het beeld van de jas aan de kapstok, de tas in de kast en het glas drinken
in de keuken voor zich. Op het moment dat hij zijn jas uittrekt, denkt hij alles
al gedaan te hebben en gaat rustig met zijn lego spelen. Ook
op school kenmerkt de beelddenker zich door dit ‘afwezige' gedrag. Alle
mensen worden als beelddenker geboren. Tot het tiende levensjaar dus, kunnen er nog veranderingen optreden, kan men sturen en begeleiden. Hoe eerder beelddenken (h)erkend wordt, hoe beter het kind begrepen wordt... thuis en op school! WAAR KOMT HET BEELDDENKEN VANDAAN?De term 'beelddenken' bestaat al tientallen jaren. Het is afkomstig van de Haagse logopediste Maria J. Krabbe, die in de jaren dertig met de theorie kwam dat er mensen zijn die in beelden denken in plaats van in taal. Haar werk werd enthousiast voortgezet door Nel Ojemann, Montessori-leerkracht, remedial teacher en docente aan de Universiteit van Groningen. Zij ontwikkelde een onderzoeksmethode waarmee je de beelddenkende leerling kan signaleren: het
wereldspel.
WAARAAN HERKEN IK EEN BEELDDENKER?
Ieder mens is bij de geboorte een beelddenker. Immers: de taal moet nog geleerd worden. Langzamerhand
leert de peuter spreken en ontstaat er taalbegrip. Klanken blijken betekenis te
hebben en met die klanken kun je jezelf 'verstaanbaar' maken. Beelddenkers
ontwikkelen daardoor vaak een eigen, vaak heel originele woordenschat, die tot
op latere leeftijd doorspeelt. (Verbasteringen als aloge voor horloge, rontonde
voor rotonde en stokkontakt voor stopcontact ).Verder kunnen beelddenkers in de
babytijd een wat slordig, kwijlend mondje hebben, leren ze wat later lopen
waarbij veel naar hun eigen voeten wordt gekeken alsof ze willen zien wat ze
doen. Bij het ouder worden, blijft de taalontwikkeling vaak achter bij de leeftijdsgenootjes. Ze kunnen moeilijk iets onder woorden brengen, hangen graag de clown uit, zijn speels en hebben moeite met ruzie en conflicten. Beelddenkende kinderen zijn emotioneel erg kwetsbaar, kunnen zich wat moeilijker concentreren, hebben een groot gevoel voor humor en vertellen vaak de prachtigste fantasieverhalen. BASISSCHOOLEenmaal
op de basisschool wordt er door de leerkracht veel nadruk gelegd op volgorde en
details en dat zijn nu net de zaken waar beelddenkers wat moeite mee hebben. Ook taalregels worden slordig gehanteerd. Beelddenkers gaan voor de inhoud en niet voor de juiste vorm. Ze komen daardoor wat slordig over, maar weten heel goed waar een tekst globaal over gaat. Details onderscheiden is vaak hun moeilijkste kant. Beelddenkers kijken meer naar overeenkomsten (Wat weet ik al? Wat had ik ook al weer net zo gedaan?) in plaats van naar verschillen. Ze hebben een grote vrijheidszin en een brede belangstelling, hebben een goed geheugen voor gebeurtenissen en belevenissen en zijn sociaal zeer bewogen. GAAT BEELDDENKEN OVER?Om
maar meteen antwoord te geven: NEE! Beelddenken
is dus een verworvenheid en geen stoornis of mankement. Er wordt wel eens gezegd
dat beelddenken een lastige gave is waar de omgeving vaak geen begrip voor
heeft. Er wordt geleefd vanuit het gevoel en de beleving. Het kijken gaat voor h
Het probleem zit 'min de zeer Gedurende
hun hele schooltijd, ook op de basisschool, hebben beelddenkers het idee dat ze
zeeën van tijd hebben, meer zelfs dan ze in werkelijkheid hebben. Tijd zegt hen
niet veel! Ze vergeten afspraken, hebben geen interesse in klokkijken en komen
tijd tekort. Ze
reageren te snel bij het eerste het beste woord en luisteren niet meer verder.
Ze denken het wel te weten! Omdat ze de oplossingen voor vraagstukken /
problemen al in hun hoofd 'zien', zijn ze geneigd te denken dat ze hun huiswerk
wel weten, terwijl de leerstof nog niet verankerd is. Omdat beelddenkers in hun
gedachten allerlei sprongen maken, komen ze soms wat chaotisch over en zijn ze
gebaat met korte, duidelijke opdrachten/ afspraken. Beelddenkers
ondervinden ook in de eerste jaren van het voortgezet onderwijs problemen met
het leren van de nieuwe talen. Het meeste leed is echter geleden vanaf de derde,
vierde klas. Veel beelddenkers slagen dan ook glansrijk voor hun Havo of VWO diploma, mits er een goede en consequente begeleiding is geweest van school zowel als van ouders. WAT KUNNEN WE DOEN?Door het lezen van bovenstaande tekst, en het (h)erkennen van een aantal beelddenkende kenmerken, bent u nieuwsgierig geworden, maar waarschijnlijk ook bezorgd. Wat kunnen we doen? Een
Individueel
Onderwijskundig Onderzoek
geeft meer inzicht. Door middel van Beeld en Brein® trainingen kunnen leerlingen gebruik leren maken van hun beelddenkende vermogens.
|
|
Copyright ©
2009 Marjon Lugthart |